Het was nog heel vroeg in de ochtend toen ik werd ge-video-beld door mijn oudste zoon Nils. Met zijn haar nog alle kanten op zat hij daar tussen zijn kroost, bestaand uit Mike (7), Zoë (5) en Evi (2). De stemming was uitbundig, de decibellen vlogen door de telefoon. ‘Noem eens een getal onder de tien?’ vroeg Nils, terwijl twee kinderen op zijn nek sprongen om ook aan het gesprek deel te nemen. ‘Acht?’ antwoordde ik, nieuwsgierig naar wat er nu zou komen. ‘Yes! Helemaal goed. Je hebt gewonnen,’ kreeg ik te horen. ‘Volgende week zaterdag moet je om acht uur hier zijn, dan is dit spul de hele ochtend van jou. Wij hebben een sauna-arrangement gekregen en zijn tussen de middag weer terug.’
Ik zegde toe, me stiekem afvragend of ik het klusje tot een goed einde zou kunnen brengen.
Gejuich klonk uit de luidsprekers. Mike holde naar de gang om zijn nieuwe voetbalschoenen te laten zien, Zoë sprong op om het grote nieuws aan haar moeder te vertellen. Toen het Evi duidelijk werd dat ik zou komen betrok haar gezichtje. ‘Papa blijven…’, jammerde ze. ‘Ik wil bij papa.’ Zachtjes begon ze te huilen. Het nieuwe plan nam bezit van de lichamen van alle betrokkenen. De deuren gingen wijd open, terwijl dat van de kleine Evi zich zachtjes sloot. Zo gaat dat altijd, vertelde Frans Veldman, de grondlegger van de haptonomie: een gebeurtenis roept altijd een lichamelijke reactie op die je iets zinvols vertelt over de betekenis ervan voor jou. Voelt het goed of voelt het niet goed? Is het veilig of juist niet? Ga ik erop af of trek ik me terug? Dat signaal wordt daarna ‘naar je hoofd gestuurd’ dat de informatie ordent en voorziet van woorden. Eerst voelen we, daarna volgt het denken. Die twee horen bij elkaar.
Als we wat ouder worden leren we (helaas!) om die lichamelijke signalen soms even te parkeren omdat ze ons op dat moment niet goed uitkomen. We kunnen onszelf bijvoorbeeld wijsmaken dat we het vast niet goed hebben gevoeld en leggen de kostbare informatie naast ons neer. Het kan ook zijn dat we die seintjes in de drukte niet eens meer opmerken. Het gevolg? De deur gaat knellen. We sluiten ‘m voor de zekerheid, zodat er niemand naar binnen kan. Of we zetten de boel wagenwijd open en worden volledig overmand. Linke soep, dat voelen we op onze klompen aan. Het is dan nodig om het vertrouwen in het scharniertje van de deur te herstellen. Dat we weer zeker weten wat goed voelt en wat niet en daar weer helemaal op kunnen vertrouwen. Omdat je lijf de hoofdrol speelt in dit circus moet je daar ook zijn. Met een goed gesprek en een bevestigende aanraking kan je het scharnier smeren. Op zoek naar een oliemannetje? Bij een haptonoom of haptotherapeut ben je in goede (gouden) handen.
En die acht? Dat was een hoofdprijs.