‘Op een dag ga je dood’, hield mijn vader me vorige week op zijn negentigste verjaardag voor in een Portugees zonnetje, ‘maar op alle andere dagen niet.’ Het hield me nog de hele week bezig. Hij verpakte een waarheid als een koe behendig in slechts één zin. De onvermijdelijkheid van het definitieve afscheid dat ons allemaal wacht had hij kunstig voorzien van beetje luchtigheid om de zware lading eraf te halen. Raak was het die week geweest, maar vaker: rakelings. In de dagen dat we samen waren keuvelden we over van alles en nog wat om af en toe, als bij toeval, stil te staan bij de echt belangrijke gebeurtenissen van het leven. Geboorte en dood, blijheid en verdriet, begroeting en afscheid. We hadden de tijd, aan tafel en op het terras en luisterden naar zijn vele herinneringen. Mijn vader is een geweldig verteller met een geoefend oog voor zowel details als grote lijnen. Het is fijn om naar hem te luisteren, maar de meeste indruk op mij maakten de momenten waarop het na zijn verhaal even stil was. De momenten waarop ze ten volle bij je doordringen, zoals de wind die nakomt wanneer een vrachtwagen je zojuist is gepasseerd.

Is dit typisch mannenpraat? De rauwe werkelijkheid naderen met voortdurend de mogelijkheid om te ontsnappen als het dichtbij komt? Gebruik maken van humor, afleiding, een ingeving, een snel genomen afslag? Hebben mannen die muurtjes nodig? Zijn we soms bang om de controle te verliezen, willen we niet in ons kwetsbare blootje staan, vermijden we de dingen die niet op te lossen zijn? Hoe zit dat nou eigenlijk bij mij?

Ik nam twintig jaar geleden afscheid van mijn lieve moeder. De afgelopen jaren was het de beurt aan een oude, wijze vriendin en een bijzondere, kunstzinnige vriend. Het verdriet was net zo groot als mijn onvermogen om bij de gebeurtenis zelf te blijven. Had ik ze genoeg verteld dat ik van ze hield? Was alles gezegd? Het afscheid van mijn beste vriend, eind vorig jaar, hakte er opnieuw flink in. Ik voegde me, voordat ik er erg in had, weer bij de kudde toen mijn dierbare metgezel nog maar net was gesneuveld. Ik kon niet stil staan, maar wilde ook niet door. Wat mis ik zijn goede raad als het even tegen zit.

Gisteren viel er een geschenk uit de hemel. Tijdens zijn laatste bezoek aan mij besloten we ons gesprek op te nemen, voor later. Ik was het al vergeten. Ik luisterde ademloos naar ons drie uur durende gesprek, waarin we als mannen met elkaar spraken. Eerst over gewone dingetjes, later over dingen die je alleen met je beste vriend bespreekt. Het ging over liefde, vriendschap en trouw. Over afscheid nemen en loslaten. Als kers op de taart gaf hij ook het antwoord op de prangende vragen waar ik nu mee zit. Hij heeft het laatste woord.

Wat genoot ik van zijn stem. En van de stilte, die ruisend na kwam waaien.